• Scheef zitten

    Je kent het vast wel, dat gevoel dat je scheef zit tijdens het paardrijden. Je doet al het mogelijke om recht te gaan zitten. Je houding gaat er alleen niet echt op vooruit en het wordt eigenlijk alleen maar slordig en gespannen, in plaats van gecoördineerd en ontspannen.

    In stap en draf gaat het meestal nog wel, maar zodra de galop aan de beurt is zak je helemaal naar buiten weg. Je trekt je benen op en verliest misschien zelfs wel je beugel.

    Je twijfelt aan jezelf, de rechtgerichtheid van je paard en ook je zadel moet het ontgelden. Je bent niet de enige die dit heeft! Heel veel ruiters hebben hier mee te maken. Meestal heb je het op één zijde erger dan op de andere zijde.

    Dat je op één kant vaker scheef zit dan op de andere kant heeft te maken met het feit dat je zelf een voorkeurskant hebt, en ook je paard een voorkeurskant heeft. Meestal is het zo dat jij en je paard elkaar versterken in de voorkeurskant.

    Uitingen van scheef zitten zijn bijvoorbeeld: meer druk op één teugel nemen en de andere teugel juist te weinig op druk kunnen houden, je schouder aan één zijde niet kunnen ontspannen, je hoofd scheef dragen, been optrekken en de druk op de beugel kwijtraken, wegzakken met je billen naar één zijde, één been van je paard af steken en je andere been optrekken (vooral in galop).

    Ook je paard heeft een voorkeurskant: hij loopt de ene hand makkelijker de bochten dan op de andere hand, hij heeft een voorkeur voor de linker- of rechtergalop (en galoppeert misschien zelfs overkruist of springt vaak om op één zijde), hij loopt de zijgangen op de ene zijde makkelijker dan op de andere zijde (dit wisselt per zijgang),

    In je eentje is het moeilijk om vast te stellen waar het nou precies aan ligt, dat je scheef zit, en wegzakt naar één zijde. Toch kan ik je met behulp van de volgende tips al een heel eind op weg helpen!

    Kijk eens naar de foto.
    Je ziet hier een ruiter die een knikje heeft boven haar rechterheup. Dit kleine knikje zorgt voor een grote bak ellende.

  • Namelijk:
    Linkerbeen wordt langer en naar voren weggestoken, ligt dus niet meer op de plek waar de knopjes zitten om de beenhulpen te geven, maar ergens halverwege de elleboog van het paard.

    Rechterbeen wordt opgetrokken, knie naar voren en onderbeen naar achteren gelegd.

    Bekken wordt links meer belast dan rechts.
    Linkerschouder wordt opgetrokken.
    Hoofd wordt scheef gedragen.

    Je paard zal hierdoor meer gewicht gaan dragen op het linkerachterbeen en dit been naar binnen brengen zodat het rechterachterbeen naast de massa wordt geplaatst.

    Herken je één of meerdere punten? Dit is wat je er aan kan doen:

    Stel je voor dat je billen je gewicht dragen van je romp. Op het moment dat je helemaal in evenwicht zit, en evenveel druk op beide zitbeenknobbels hebt, heb je je gewicht netjes verdeelt en zit je dus recht.

    Er zijn verschillende oefeningen waarbij je het paard moet helpen, door een enkelzijdige gewichtshulp te geven. Je kunt denken aan een volte, de galop of een zijgang zoals travers.

    Een veelgemaakte fout hierbij is het naar binnen brengen van de bovenkant van je romp, je schouders. Hierdoor knik je in halverwege je zij, en zakt je bil, om in evenwicht te blijven, juist naar buiten weg. Precies de verkeerde kant op dus!

    Hoe moet je dan wel een éénzijdige gewichtshulp geven? Door je binnenheup voor je gevoel iets naar voren te duwen, ontstaat er als het ware meer ruimte aan die kant van je romp en je billen. Het gewicht van je romp verplaatst dus naar de ontstane ruimte. Je krijgt meer gewicht op je binnenzitbeenknobbel op het moment dat je je binnenheup iets naar voren kantelt.

    Kortom, door op de juiste manier een éénzijdige gewichtshulp te geven, en op de binnenzitbeenknobbel meer gewicht te nemen door je binnenheup naar voren te kantelen, knik je niet in halverwege je zij, en zak je niet naar buiten scheef weg.