• KNHS trainersseminar gemist? Dit zijn de beste quotes! Dressuurdag met Tineke Bartels

    De enorme hoeveelheid aan kennis die Tineke paraat heeft valt gelijk op. Wat een prachtige dag. In het binnenhalen van kennis en expertise is Tineke een echte voorloper binnen de paardensport. Ze kijkt verder dan alleen naar de scholing van de paarden.

    Dit zijn de quotes en de oefeningen die ik tijdens deze dag heb opgeschreven:

    Korte en lange termijn visie en doelstellingen.
    Zowel als trainer als ruiter zal je doelen moeten stellen. Opleiding van ruiter en paard.

    10.000 uren regel. Alles wat je aanpakt moet geoefend worden.
    Het moet van binnenuit komen en niet uit de omgeving.
    Ruiters mogen bijna alles zeggen maar niet; ja maar

  • 1e ruiter

    Beginnen met ontspanning, op zijn eigen benen laten lopen. Bovenlijn loslaten.
    Hoofd naar beneden laten vallen en over de schoft door laten lopen, stukje achter het zadel ook.
    Uitgangssituatie, zelf in balans en over 4 benen.

    Eerste keer normale hulp, daarna extra om hem op te laten schieten. Schijnovergangen.
    Houdingcontrole.

    Voorbereiden eenvoudige wissel. Galop stap overgang: eerst op het achterbeen zetten, hand weglaten en dan overgang stap.

    Even spelen met de spulletjes die je hebt. Pirouette en vliegende wissel spelenderwijs meenemen, als ze er aan toe zijn.

    Keertwending, ik wil graag dat hij actiever doorstapt. Tempocontrole, hij moet op schieten. Volte achterhand naar binnen en schakelen op de cirkel. Hij moet sneller worden in de beweging en toch korter. Hij moet over dezelfde afstand meer passen maken.

    Rij hem nog maar een keer naar voren, laat hem opschieten in die draf.
    In dit ritme houden en met deze energie.
    Je moet beheersing hebben over het tempo, je moet weer naar voren kunnen in de oefening. Wanneer met keertwendingen beginnen? Hij moet in ieder geval kunnen wijken voor het binnenbeen. Schouderbinnenwaarts voordat hij keertwening doet, hij moet om het binnenbeen gebogen blijven, dus geen inzet vanuit travers.

    Applaus en training op applaus juist bij dressuur zodat we stoere paarden krijgen. Applaus pas stoppen als het paard ontspant. Belonen als hij het goed doet.

    Maak een keuze stel een doel en hou rekening met school, geld, jong of oud paard.

  • 2e ruiter

    Overgang stap-draf direct vanaf de eerste pas in balans.
    Kijk of je nou de teugel in een boogje kunt laten hangen zonder dat zijn hoofd lager wordt. Neus naar onder laten zonder teugel. Als je de hals strekt en je doet het zover dat je het achterbeen kwijt bent, kunt je hem niet meer met je been erbij in de hand stellen.

    Langzaam zonder been, en been dan pas gebruiken als hij dreigt naar de stap te gaan. Zonder teugel de houding volhouden en die lichtheid en ongedwongenheid behouden.

    Overgang draf stap. In je hoofd hebben hoeveel passen je erover doet. Plan maken. (hé dat heb ik gisteren van Piet Raijmakers ook gehoord!) Instructeur niet streng maar wel super consequent.

    Korte termijn: in de hoeken in de proef net even wat meer door de nek heen laten zakken.

    Eenvoudige wissels, eerst op het achterbeen, een paar keer ter controle en dan pas overgang naar de stap maken.
    Detail voor detail controleren als instructeur. Controle houden.
    Ik wil dat als een ruiter iets doet dat er iets veranderd. Been geven is voorwaarts.

    Als je een goed uitgangspunt hebt, kun je een beetje meer vragen. Uit comfortzone halen om een groter leereffect te krijgen.

  • 3e ruiter

    Als de inzet niet goed is en het paard te traag wordt dan geen pirouette inzetten want dan leert hij niets.

    Achterbeen moet in draf net zo snel vertrekken als het voorbeen. Als het paard te veel terug komt waarbij het achterbeen traag wordt dan even bijtikken met spoor of zweep. Je mag een keer duidelijk zijn met een stokje, maar slechts 1 keer. De stap moet net zo voorwaarts blijven als de draf anders vind je de aansluiting straks niet meer.

    Je kunt als instructeur horen of een paard goed in het ritme en regelmaat komt en blijft doortreden. Hij is beter in de aanleuning geworden en lichter.
    Tijdens de oefening corrigeren omdat als je opnieuw zou beginnen hij hetzelfde fout zou doen. Alleen opnieuw als het aan de voorbereiding ligt.

    In de overgang terug, als hij doorswingt van achter hoef je niet per se bij te drijven, hou het simpel.

  • 4e ruiter

    In de training loopt dit paard een beetje met zijn neus achter de loodlijn. De ruimte in zijn nek geeft aan hoe veel buiging je kan vragen van het gewricht. Iets achter de loodlijn is geen probleem als het hoofd maar naar beneden wil blijven vallen. Er is verbinding nodig van het achterbeen richting de mond om aanspanning te krijgen en ontspanning van de bovenlijn.
    In het terugnemen in de draf de teugels een beetje laten afveren.

    Je kan een paard alleen leren wat hij wel moet doen, niet wat hij niet moet doen.

    Passage uit draf en piaffe uit stap omdat het paard dan goed het verschil snapt door het verschil in aanrijden.

    Flexchair Fysiotherapie Wouters Bongers en Mischa Koot

    Haal expertise in huis waardoor je zelf beter wordt, buiten je inner circle.

     

    Het onafhankelijk zitten is echt van wezenlijk belang. Doe 1 ding tegelijk. Focus. Houding en zit lessen voor de core stability, rompstabiliteit.
    Het paard gaat beter lopen van een ruiter die houding en zit lessen heeft.

    Veel problemen ontstaan vanuit een probleem in het midden lichaam. Dit wordt zichtbaarder op de flexchair.

    Op de stoel heb je geen dressuurzit, dat geeft niet want het gaat om de rompstabiliteit en niet om de positie van de benen.

    Je wilt stabiliseren en dat doe je door coördineren. Verder kracht lenigheid en uithoudingsvermogen.

    Inknikken in heup is veel voorkomende ruiterfout. 
    Druk uitoefenen en beweging maken staat los van elkaar. Je kunt met druk op rechts naar zowel links of rechts gaan. Basis is centreren

    Je moet je schouders evenwijdig houden. Als je met je linkerheup naar rechtsduwt (veel gemaakte fout bij wijken) dan ga je wringen en krijg je de knik in je heup. Wat wel goed is is het zadel volgen met je zit in plaats van duwen met je zit.

    Als je met je benen knijpt duw je jezelf uit het zadel.
    Je moet je gewicht kunnen verplaatsen.

    Bij ongelijkheid van de benen: eerst uitvinden of je benen ongelijk zijn of dat het uit een scheef bekken ontstaat. Alleen bij benen ongelijk de beugels eraan aanpassen.

    Je gaat bij appuyeren altijd achter je paard aan.

    Schouders optrekken noem je fixatie van de schouders, ongewenst.
    De reactiesnelheid die je kunt maken is tijdens ontspanning veel groter dan tijdens aanspanning.

    Op het moment dat je de ruiter stiller wilt laten zitten gaat hij klemmen en dus niet stiller. Clou is ontspannen en meebewegen, laten gaan. Begint bij de basis.

    Door een overstrekte dressuurhouding trek je jezelf uit elkaar. Paard compenseert door zichzelf lang te maken. Schouders naar achteren en rug hol dan benen naar voren. Altijd je schouders boven je bekken houden.

  • Mentale factor mentale training
    Sanne Beierman sportpsycholoog

    Intakegesprek, waar loop je tegenaan
    Omgaan met spanning
    Ademhaling
    Doelen stellen
    Controle over negatieve gedachten
    Aandacht en focus bewaren
    Verbeelden of visualiseren

    Spanning tijdens de wedstrijd en naar de wedstrijd toe.
    Diepe dalen en hoge toppen. Gedachtes moeten tijdens het rijden positief zijn.
    Pirouettes lukken niet en wissels lukken niet. Of series waarvan je al verwacht dat ze mislukken.

    Oplossing: focus op lange termijn. Vaak is probleem de korte termijn focus zoals 66% te halen op een wedstrijd.

    Eigen spanningsniveau en spanningsniveau van het paard.

    Bouw op naar de oefening toe in plaats van het 1001 keer te oefenen. Voorbereiden, maak een plan. Breng structuur aan in je denken.

    Laat hem zichzelf even zijn bij het starten van de training, hij moet ook zelfvertrouwen krijgen en gaat dan beter bewegen.

    Ik wil niet de hele tijd blijven drijven het streven is om hem op zijn eigen benen te laten lopen. Op het moment dat hij reageert hoe je wilt haal je de druk weg als beloning. De timing van de beloning moet exact goed zijn.

    Bedankt voor de prachtige leerzame dag Tineke!