• Trainen: over rijden in de comfortzone en de trainingszone

    Thuis loopt het allemaal hartstikke fijn. Je paard is er echt lekker ‘aan’. Je hebt de controle over elke pas. Het voelt allemaal best gemakkelijk op sommige punten. De moeilijke punten pak je aan en je paard laat echt een verbetering zien. Je voelt dat je de goede weg op gaat. Je reed helemaal alleen in de baan, en niemand stond te kijken. In je eentje in de flow. Nou ja, met je paard samen dan.

    De volgende dag is het druk op stal, je rijdt met nog twee combinaties in de baan. Veel stalgenoten hangen aan de bakrand. Ze praten en lachen, zijn stil en mompelen wat tegen elkaar. Je kunt het net niet verstaan. ‘Wat zullen ze van me vinden?’ denk je. Je wilt graag dat je paard net zo fijn loopt als gisteren. Toch lukt dat niet. Stukjes gaan goed, maar er zitten ook veel mindere stukken in. Je pakt nog maar eens de goed bevestigde oefeningen mee.

    Wat ik veel zie bij mijn ruiters is dat ze, bewust of onbewust, bang zijn om fouten te maken. Dat ‘zonder-fouten-rijden-fenomeen’ komt vooral opzetten wanneer er anderen langs de rand staan te kijken naar je. Je wilt niet dat je paard een misstap maakt, druk of flegmatiek wordt en rijdt daarom de oefeningen waarvan je zeker bent. De fijne oefeningen, die goed bevestigd zijn. Waar je van op aan kan bij je paard.
    Dit is rijden ín de comfortzone. Je rijdt fijn, en blijft hangen in de veilige zone. De oefeningen die je goed kent. Het tempo waarvan je weet dat je paard dat prettig vind. De kant waarin je paard het makkelijkst buigt.

    Rijden in de comfortzone is géén trainen, het is beweging geven. Dit kan heel prettig zijn. Je zoekt immers de moeilijke stukken expres niet op. Maar het is geen trainen. Je paard is niet verbetert in de tijd dat jij hebt rondgereden met hem.
    Op het moment dat er veel anderen aan de rand staan te kijken, heb jij als ruiter misschien wel eens gemerkt bij jezelf dat je niet durfde te rijden voor wat je waard bent. Veel ruiters zijn in dat geval snel geneigd om in de comfortzone te gaan rijden. Bang om fouten te maken. Niet de slechte of moeilijke stukken op durven zoeken. Het vertrouwde rondje rijden zodat er ook niets op je is aan te merken.

    Ik wil je graag een hart onder de riem steken. Een pleidooi voor fouten maken. Uit de comfortzone komen. Je paard verbeteren, trainen! Als je alleen rijdt (of met je instructeur) durf je óók dat moeilijke stukje aan te pakken. Doe dat dan ook als er anderen naar je kijken.

    Stel je voor dat er drie cirkels zijn, in elkaar. De middelste cirkel is het vertrouwde rondje, de comfortzone. De ring daarna is de trainingszone. De zone waarin je de moeilijke stukken opzoekt,  aanpakt en verbetert. En ja, daar hoort ook bij dat het er niet altijd even foutloos uitziet. Soms doe je te veel, soms te weinig. Maar je bent in ieder geval aan het verbeteren en de gulden middenweg aan het zoeken. De laatste cirkel is de paniekzone. In deze zone kom je wanneer je je paard overvraagt. Niet voor één keertje, maar continu. Je paard echt in paniek brengt, angstig maakt voor je hulpen. Je paard komt in de staak, gaat omhoog of ‘slaat af’, doet niets meer.

    De laatste cirkel lijkt de slechtste cirkel op het eerste gezicht. Hier wil je niet in terecht komen. Maar je wilt wél in de trainingszone komen. Je weet pas hoe groot de ‘range’ is van de trainingszone als je ook een keer te veel hebt gevraagd van je paard. Je weet op dat moment hoe ver je kan gaan. Waar het trainen eindigt en de paniek begint. Dit randje mag je best een keer aantikken, maar je moet op tijd stoppen. Blijf hier nooit in hangen, dat doet je paard meer kwaad dan goed.

    Varieer in je training.  Zoek kleine stukjes de moeilijkheden op, en ga bij een fijne correcte reactie weer terug naar de comfortzone. Dit is zowel beloning als ontspanning voor je paard. Zo kun je bijvoorbeeld wat variëren in halshouding. Stukje lager en ronder, stukje meer in de wedstrijdhouding met de nek als hoogste punt zonder dat hij zijn neus eruit drukt of de teugeldruk ontwijkt. Daarna weer stukje lager en neus eruit, hals strekken en contact houden. Rek houden in het frame nadat je controle en ‘klein en sluiten’ gevraagd hebt van je paard.

    Kortom; wil je je paard net zo fijn rijden in de training als in een situatie met publiek, durf dan de trainingszone op te zoeken. Fouten maken mag. Varieer in je training tussen comfortzone en trainingszone, pas dan verbetert je paard door jouw training. Succes! Geloof in je eigen kunnen! Hou je grotere doel voor ogen, dát is waar je heen rijdt. 


    Ik lees je reactie en je ervaringen heel graag terug op mijn blog!  Deel dit artikel via social media!

    Dit artikel mag je gebruiken voor tijdschriften en websites...

    ....en het kost niets! Het enige dat ik je vraag is om de volgende tekst toe te voegen aan het artikel (met een werkende link naar mijn website): "Door Hester Bransen van Ruitergevoel. Meer ruitergevoeltips zijn te vinden in het E-book ‘De vier elementen van een correcte houding en zit', dat je gratis kan aanvragen op www.ruitergevoel.com 

  • 3 comments

    Potverdorie wat herkenbaar! Thuis en op les waar alles vertrouwd is kan ik heerlijk rijden kan mijn paard zelfs zweven... Zodra er vreemden op stal zijn of ik moet een wedstrijd rijden dan gaat het allemaal niet meer zenuwen steken de kop op en mijn paard denkt van ja mooi kan ik rustig aan doen. Heel herkenbaar

    Reply

    Leuk en herkenbaar artikel. Handig om in het rijden en trainen het onderscheid in de drie fases te herkennen en zo bewust te kiezen wat het doel van de dag wordt

    Reply

    Wat ik van dit artikel vind? Nou, ik ga hem uitprinten en in mijn zadelkast leggen! :)

    Reply