• Controle versus 600 kg karakter

    Je merkt pas hoe belangrijk het voor je is om controle te hebben over je paard als je het niet meer hebt. Wanneer je als een malle door de rijbaan gaat, of je voelt dat er 600 kg spanning onder je zit. Dat zijn de momenten waarop je weet hoe weinig controle je eigenlijk hebt.

  • Controle over je paard

    Op het moment dat je wél controle hebt, voelt dat alsof je er geen moeite voor hoeft te doen. Dat het rijden ineens vanzelf gaat, en dat alle oefeningen zomaar lijken te lukken. Het voelt eigenlijk niet eens als controle hebben, meer alsof je één bent met je paard.

  • Personal trainer

    Beide heb je waarschijnlijk wel eens meegemaakt. Zonder controle, en met controle rijden. Als ruiter ga ik ervan uit dat jij je paard aan het opleiden bent. Je traint hem telkens sterker, soepeler, of sneller te worden. (kracht, lenigheid en uithoudingsvermogen) Als personal trainer van je paard is het wel zo fijn dat jouw ‚leerling’ lekker meewerkt met de oefeningen die voor vandaag op het programma staan. 

  • Controle is als voorrang, je moet het krijgen, niet nemen.

    Wanneer het zo’n dag is waarop je paard jouw niet de controle geeft kan dat heel ongemakkelijk of zelfs eng aanvoelen. Je hartslag gaat omhoog, je voelt dat je niet lekker meer kan zitten en rijden. Je schouders worden strak en je spant je handen aan. Het is toch 600 kg karakter waar je mee te dealen hebt in je eentje. Controle is net zoiets als voorrang. Je moet het kríjgen, je kan het niet némen. 

  • Teugels korter en benen klemmen?

    En daar zit het ‚m precies in. Dat krijgen of nemen.

    Als je namelijk geen controle hebt, ben je geneigd om het te némen. Je neemt je teugels nog eens extra aan. Je klemt je benen er goed omheen, zodat je er niet af kukelt. Misschien ga je een beetje uit zijn rug zitten, wat voorover. Je stopt eigenlijk met rijden en met voelen. Je ruitergevoel is ver te zoeken op zo’n moment. En precies op dat moment krijg je dus geen controle van je paard. Hij moet het je geven.

  • Niet doorkomen

    Paarden met veel spanning (op de controle-loze dagen) voelen aan alsof je niet door komt. Als je je kuit aanlegt, gaan ze niet (of veel te veel) naar voren, en als je een ophouding maakt met je teugel, reageren ze niet of nauwelijks.

  • Blijven rijden

    Alle prikkels om het paard heen komen ongefilterd door. Hier bedoel ik mee dat alle geluiden, lichtjes en dingen in dezelfde mate reactie oproepen bij je paard. Waar normaal de deur van de rijbaan geen aandacht krijgt van je paard, is het nu een groot spook. Het paard dat aan de andere kant van de muur door de gang heen stapt is ineens een geluid om bij te gaan snurken (je paard hè), en de plantenbak is net zo reactie-opwekkend als je zweepje. 

    Veel ruiters zijn geneigd om te stoppen met rijden, je lijkt immers toch niet door de dringen bij je paard. En op zo veel spanning zitten, is echt niet fijn. Het kan je best een beetje aan ‚durf’ ontbreken op zo’n moment. Je weet niet precies wat je moet doen om dit te doorbreken en het zelfs op te lossen.

  • Hoe krijg je de controle terug van je paard?

    Maar hoe krijg je het dan wel voor elkaar dat je paard jou de controle weer terug geeft, zodat je weer met je training kan verder gaan? Juist door te gaan rijden.

    Door je paard naar voren te drijven als hij stopt om met opgeheven hoofd naar de spiegel te kijken. Door je paard naar links te stellen als hij op rechts een plastic zakje hoort ritselen. Door een pasje te wijken voor je linkerbeen als hij door je linkerbeen heen dendert. Door je teugel een beetje te geven in plaats van te nemen, en met je been wat meer door te komen. Door rustig te blijven, als hij druk wordt. Door licht te blijven in je hand als hij sterk wordt.

  • Controleer het achterbeen

    Je krijgt controle over de voorkant (en de rest) van je paard als je het achterbeen kan controleren.

    Veel ruiters zijn geneigd om dit precies andersom te doen. Die houden de voorkant (lees: teugels) een beetje strakker, om zo controle te nemen. Maar je paard geeft je pas die controle als je 1. invloed krijgt op het tempo en 2. als je invloed krijgt over de houding. In deze volgorde. Dus eerst het tempo controleren, daarna pas de houding van je paard proberen te beïnvloeden.

    Kortom; controle krijg je van je paard, je kan het niet nemen. Je krijgt pas controle over de voorkant van je paard als je de achterkant kan controleren. Zorg dat je eerst werkt aan de controle over het tempo, pas daarna over de houding.

    Met dank aan de ruiters die zo lief waren hun foto en filmpje met mij en jou te delen!

    Deel de inspiratie via social media en mijn blog via onderstaande links!

    ©Hester Bransen, Ruitergevoel 2014

    Dit artikel mag je gebruiken voor tijdschriften en websites...

    ....en het kost niets! Het enige dat ik je vraag is om de volgende tekst toe te voegen aan het artikel (met een werkende link naar mijn website): "Door Hester Bransen van Ruitergevoel. Meer ruitergevoeltips zijn te vinden in het E-book ‘De vier elementen van een correcte houding en zit', dat je gratis kan aanvragen op www.ruitergevoel.com " 

  • 3 comments

    Dit sluit mooi aan bij wat vroeger op de manege gezegd werd: vóórwaarts corrigeren. Ook als ze er vandoor gaan: de energie begeleiden tot de verbinding er weer is. Als je een snelstromende rivier de ruimte geeft gaat het water immers rustiger stromen.

    Reply

    Erg interessant!

    Reply

    dank je, ben hier heel blij mee.

    Reply