• 5 tips om je paard op eigen benen te leren lopen

    Heb je het wel eens gehoord dat je paard ‚op eigen benen moet leren lopen’? Met deze gekke uitdrukking bedoelen we dat je paard niet aan je hangt of tegen je aan leunt tijdens het rijden. 

    Dat hangen voel je vaak in je hand terug, als je paard zijn hoofd niet genoeg zelf draagt maar aan het bit gaat hangen. Je voelt dan een te zware constante druk in je hand tijdens alle oefeningen en gangen.

    Een paard dat tegen je aan leunt drukt zijn schouders en buik tegen je been aan. Dit voel je bijvoorbeeld goed in de wendingen, of tijdens het wijken wanneer je paard onvoldoende zijwaarts gaat op je kuithulp.

    Een paard wat onvoldoende zelfhouding heeft, en niet constant is in de aanleuning en reactie op je hulpen, loopt niet op eigen benen.

  • Wat moet je paard kunnen als hij op eigen benen loopt?

    Om je paard te leren op eigen benen te lopen zal je in de training een aantal dingen consequent moeten meenemen.

  • Varieer in houding

    Halsstrekken geeft je paard vertrouwen. Durf je hand eens weg te steken en controleer tempo en houding aan de lange teugel.

  • Tip 1: Varieer in de (hoofd en hals)houding van je paard, werk aan het horizontaal evenwicht

  • In dit punt ben ik even streng voor je. Het verbaast me hoe weinig variatie ruiters over het algemeen aanbrengen in de houding van hun paard. Ze rijden los, en pakken al vrij snel de teugel op om aan het werk te gaan. Pas bij het laatste rondje draf krijgt het paard weer een beetje lengte in de hals.

    Zeg eens eerlijk, hoe vaak varieer jij in je training hierin? Alleen bij het losrijden en uitstappen, of ben je ook tijdens de training actief aan het variëren? Rij bijvoorbeeld ook eens met de neus helemaal naar voren en omlaag tijdens de galop.
    Of ga eens halsstrekken om je paard even lucht te geven na een moeilijke oefening. En andersom ook, schakel eens terug in een wat meer opgerichte houding waarbij je het achterbeen motiveert meer onder te treden. Niet door te trekken aan de voorkant maar door licht te blijven, en je paard vanuit je kuit rustig te motiveren wat meer te buigen in het achterbeen.

  • Horizontaal evenwicht

    Niet meer op de voorhand, maar ook nog niet met meer gewicht door het achterbeen gedragen.

  • Deze oefeningen helpen je paard om zijn gewicht stapje voor stapje meer naar achteren te verplaatsen. Je werkt aan het evenwicht van je paard. Van meer gewicht op de voorhand als jong paard, naar gedragenheid in het achterbeen als hoger opgeleid paard.

  • Tip 2: Werk aan het verticaal evenwicht van je paard

    Misschien heb je het wel eens op je protocol gehad, dat je paard niet verticaal in evenwicht is. Dit betekent dat je paard in wendingen en zijgangen (onder andere) niet gelijkzijdig is.

  • Verticaal evenwicht

    Zowel links- als rechtsom mag je paard niet zijn gewicht naar 1 schouder duwen. Door zowel de voorhand, middenhand en achterhand te controleren kun je het verticaal evenwicht van je paard beïnvloeden en hem gelijkzijdiger maken.

  • Hij leunt bijvoorbeeld tegen je linkerbeen aan in de wending naar links. Je paard gaat dan enigszins plat de bocht door voor je gevoel. Hij buigt niet evenveel om je linkerbeen als om je rechterbeen. Hier kom je best een poosje mee weg, maar er komt altijd een punt waarbij je beseft dat je dit eerst moet oplossen voordat je verder kan in je training.

    Belangrijk is om niet alleen invloed uit te oefenen op het hoofd van je paard, middels stelling in wendingen, maar ook op de schouderpartij. Probeer in een wending de schouder van je paard eens wat meer naar buiten te verplaatsen door je beiden handen iets naar buiten te zetten (zonder over de schoft heen te komen of te gaan trekken). En doe ditzelfde eens op de andere hand.

    Je merkt snel genoeg dat dit op de ene hand wel lukt, maar op de andere hand een stuk moeilijker is. Oefen dit om je paard gelijkzijdiger te maken, waardoor je paard in wendingen en zijgangen op beide handen even makkelijk wijkt voor druk.

  • Tip 3: Varieer in tempo

    Rij oefeningen niet altijd in het tempo zoals dat in een proevenboekje gevraagd wordt. Het is juist leuk om eens in een heel kleine draf te wijken, of in een grotere draf de schouder binnenwaarts te rijden. Galoppeer niet alleen groot aan, maar probeer ook eens klein weg te rijden.

    Laat je paard eens wachten als hij duwt aan de voorkant. Dus wanneer je druk voelt op je teugel en hij iets onder je vandaan probeert te lopen. Knijp beide handen kort iets dicht en gebruik je zit om duidelijk te maken dat je een rustig tempo vraagt. Steek direct na je aanvraag je hand weer voor je uit. Niet aan één teugel je paard rond proberen te houden, maar nageeflijk maken op twee teugels en dan direct je hand weer naar voren brengen. Aan de losse teugel moet je paard ook in een rustig tempo en met ontspannen hoofd en halshouding kunnen blijven draven.

  • Actie = reactie

    Als je met je kuit het achterbeen van je paard aanvraagt, verlang dan ook een antwoord van hem.

  • Tip 4: Wees consequent in actie - reactie

    Als je je been aanlegt, wil je ook dat hij reageert. Reageert je paard niet op de eerste korte en zachte kuithulp, dan geef je een tweede hardere kuithulp. De derde hulp is zo duidelijk dat hij elke volgende keer echt wel op de eerste (of desnoods tweede) hulp zal reageren.
    Een paard wordt niet gevoelloos en reactieloos geboren. Dit heb je er zelf ingereden (of je voorganger). Je zal dus super consequent moeten zijn om je paard te laten antwoorden op de kleinste vraag die je aan hem stelt.

  • Hoe vlugger je paard is op je been, hoe meer je met je kuit eraan mag zitten om hem iets minder ril te maken voor je kuit. Is je paard wat flegmatiek voor je kuit, dan blijf je er zo veel mogelijk van af. Áls je er dan aanzit met je been, dan moet het ook volkomen duidelijk voor je paard zijn dat je antwoord van hem verlangt.

  • Tip 5: Durf los te laten

    Geef je paard vertrouwen en durf je hand eens naar voren te steken. Stap jij je paard in en uit aan de lange teugel? Of heb je je teugel altijd in de ‚stand by’ lengte? (Stel dat hij wegspringt, dan kan ik snel druk geven.) Mijn ervaring is dat je paard braver en minder schrikachtig wordt wanneer je hem het vertrouwen geeft dat het goed gaat. 

  • Als je altijd je teugels min of meer erbij hebt dan worden sensibele paarden vaak nog sensibeler dan dat ze al zijn.
    Blijf ook in galop eens van de voorkant af en laat je paard eens tijdens het halsstrekken wat overgangen maken zonder er aan te zitten aan de voorkant.

    Kortom; pas de oefeningen in elke training toe en je zal merken dat je paard veel minder aan je zal hangen en leunen, hij zal beter op eigen benen leren lopen hierdoor, waardoor je een top team wordt met je paard!

    Deel de inspiratie via social media en mijn blog via onderstaande links!

    ©Hester Bransen, Ruitergevoel 2014

    Dit artikel mag je gebruiken voor tijdschriften en websites...

    ....en het kost niets! Het enige dat ik je vraag is om de volgende tekst toe te voegen aan het artikel (met een werkende link naar mijn website): "Door Hester Bransen van Ruitergevoel. Meer ruitergevoeltips zijn te vinden in het E-book ‘De vier elementen van een correcte houding en zit', dat je gratis kan aanvragen op www.ruitergevoel.com " 

  • 4 comments

    Heel belangrijke informatie. Variatie om je paard alert te houden en hem/haar ook genoeg ruimte geven voor ontspanning, met behoud van contact. Dat is het respectvolle werk. Dank je Hester.

    Reply

    Goed en duidelijk verwoord. Kijkend naar ruiter en paard als combi, met veel afwisseling en ruimte. Als het voor de ruiter niet duidelijk is, kan hij/zij het ook niet duidelijk en consequent overbrengen aan zijn/haar paard

    Reply

    Erg leerzaam, dingen die in de vergeethoek zijn geraakt worden weer opgefrist. En weer opnieuw toegepast. Ga zo door met goeie tips.

    Reply

    Goed geschreven Hester! Hier kan ik me helemaal in vinden!

    Reply