• Hoe je een fantastische schouderbinnenwaarts rijdt

    Heb je wel eens het commentaar ‘te weinig lengtebuiging’ op je protocol gehad bij de schouderbinnenwaarts? Je paard gaat wel ‘pootje over’ en neemt waarschijnlijk ook wel stelling aan, maar buigt niet voldoende in zijn lijf. 

    Het probleem hierbij is dat je paard dan eigenlijk geen schouderbinnenwaarts loopt. Schouderbinnenwaarts zonder lengtebuiging is hetzelfde als wijken over de hoefslag. En dat wordt niet gevraagd in je M/Z proef, waardoor je punten laat liggen daarop.

  • Verwissel de hulpen voor schouderbinnenwaarts niet met hulpen voor wijken

    Wat er mis gaat is dat je de hulpen voor wijken verwart met de hulpen voor schouderbinnenwaarts. Bij het wijken leg je jouw been een handbreedte naar achteren om de achterhand mee te krijgen. Hierbij wordt alleen stelling van je paard gevraagd.

  • De meest gemaakte fout bij het rijden van schouderbinnenwaarts

    Als je te weinig lengtebuiging hebt in je schouderbinnenwaarts dan rijdt je technisch gezien ‘kont buitenwaarts’. ☺ Dit is een heel veel gemaakte fout, ook bij ruiters die al in het Z2 of hoger rijden! Schouderbinnenwaarts is één van mijn meest favoriete oefeningen, waardoor je paard echt leert buigen om je binnenbeen, meer afdruk en swung krijgt en krachtiger zal lopen vanuit de achterhand zonder aan de voorkant sterk te worden.

  • Binnen achterbeen meer laten doortreden

    Schouderbinnenwaarts is een oefening waarbij je echt invloed kan uitoefenen op het binnenachterbeen van je paard. Je beheerst volledig de schouders van je paard. Hij wordt gehoorzamer voor het been, kan meer ondertreden met het achterbeen en je krijgt veel meer ‘afdruk’ en swung als je deze oefening op de juiste manier uitvoert. 

  • Verkeerde hulpen bij schouderbinnenwaarts

    Wat is heel vaak zie gebeuren is dat de ruiter schouderbinnenwaarts inzet, stelling vraagt met de binnenhand. De buitenheup en buitenbeen naar voren duwt en het binnenbeen naar achteren om de billen van het paard om te zetten. Dit is geen juiste manier van schouderbinnenwaarts rijden. De drukt met je binnenbeen alle lengtebuiging eruit. Je binnenheup die naar achteren ligt zorg ervoor dat het binnenachterbeen van je paard juist níet verder kan ondertreden. Op deze manier kun je dus nooit een functioneel goede schouderbinnenwaarts met lengtebuiging rijden.

  • Je paard is niet voldoende aan de hulpen, niet aan het binnenbeen

    Het is interessant om te bekijken waar de oorzaak ligt. Hoe komt het dat de ruiter de hulpen op deze manier geeft, in plaats van de juiste hulpen? De absolute hoofdreden daarvoor is dat het paard ‘plakt’ aan het binnenbeen. Je paard wijkt niet voor druk, maar komt er tegenin. Als je je binnenbeen vóór houdt, loopt je paard ‘zomaar’ van de hoefslag af. Het is dus noodzakelijk om je paard te leren om van je binnenbeen af te blijven. Hij mag niet op de binnenschouder vallen als het moeilijk wordt, maar zal zichzelf moeten leren dragen. Je leert hem dat door hem te leren dat als jij je binnenbeen (die op de singel ligt) aanlegt, hij zijn gewicht niet op de binnenschouder gooit, maar netjes over beide schouders verdeelt. 

    Beheersing van de schouders van je paard is van groot belang bij het rijden van schouderbinnenwaarts. Op het moment dat je zijn schouders beheerst, krijg je ook invloed op het verder ondertreden van het binnenachterbeen van je paard.

  • Hulpen voor schouderbinnenwaarts

    Dit zijn de hulpen voor een correct gereden schouderbinnenwaarts:

    Gewichtshulpen: binnenheup vóór, richting de binnenschouder van je paard. Je zit meer op je binnenzitbeenknobbel. Je richt jezelf op, schouders laag en schouders wijzen richting het binnenoor van je paard. Let erop dat je niet inknikt aan de binnenzijde en niet wegvalt over de buitenkant.

    Beenhulpen: binnenbeen op de singel en drijft wanneer het binnenachterbeen is opgetild. Zo kun je met je binnenbeen het binnenachterbeen van je paard naar binnen-voor vragen en meer laten ondertreden. Je binnenbeen is het been waarom het paard heen buigt voor de lengtebuiging. Het binnenbeen zorgt ervoor dat je paard zijn gewicht niet op zijn binnenschouder laat vallen.  Buitenbeen ligt een handbreedte terug en onderhoudt de lengtebuiging. Je bovenbenen laat je mooi afhangen, knie ontspannen naar beneden laten zakken.

    Teugelhulpen: Beide handen plaats je iets naar binnen, om zo de schouder op de druk van de teugel tegen de hals naar binnen te brengen. Beide handen houdt je ontspannen laag langs de schoft van je paard, waarbij je binnenhand iets naar binnen mag komen. Niet optillen of naar je toe trekken, dan krijg je taktfouten.

  • Kortom; Schouderbinnenwaarts is een oefening waarbij je als ruiter veel invloed krijgt over de schouders en het binnenachterbeen van je paard. Hij wordt gehoorzamer, soepeler en zijn gangen krijgen meer swung en afdruk. De meest gemaakte fout is het ontbreken van lengtebuiging door het terugleggen van het binnenbeen van de ruiter. Door de gewichts-, been- en teugelhulpen juist te gebruiken krijg je een mooi gedragen schouderbinnenwaarts met lengtebuiging door zijn hele lijf. 

    Deel de inspiratie via social media en mijn blog via onderstaande links!

    ©Hester Bransen, Ruitergevoel 2014

    Dit artikel mag je gebruiken voor tijdschriften en websites...

    ....en het kost niets! Het enige dat ik je vraag is om de volgende tekst toe te voegen aan het artikel (met een werkende link naar mijn website): "Door Hester Bransen van Ruitergevoel. Meer ruitergevoeltips zijn te vinden in het E-book ‘De vier elementen van een correcte houding en zit', dat je gratis kan aanvragen op www.ruitergevoel.com " 

  • 2 comments

    Ik ga de oefeningen zo uitleggen en laat het de amazones proberen.

    Reply

    Veel dank voor de duidelijke uitleg. Ga het morgen gelijk in praktijk brengen.

    Reply