• Ik kan mijn benen niet stil houden

    Onrustige wiebelbenen, mee-schud-benen of continu drijvende benen. Heel veel ruiters lukt het maar niet om hun benen net zo mooi stil te houden als topruiters dat kunnen.

    Als je je benen niet stil houdt, kun je ook niet van je paard verlangen dat hij keurig reageert op kleine (been)hulpen die je geeft. Je paard voelt immers altijd wiebelbenen tegen zijn buik aan. Voor hem is het volstrekt onduidelijk wanneer jij het bewust doet, en een hulp geeft, of wanneer jij het per ongeluk doet, door onrustige benen.

    Onrustige benen zijn vaak niet het enige probleem. Een ruiter die hier last van heeft mist vaak door zijn hele lichaam vormspanning en stabiliteit.

    Pas als je zó kunt zitten dat het voor het paard voelt alsof je stil zit, kun je de allerkleinste gewenste hulpen geven. Pas dan bezit je het perfecte ruitergevoel!

    Het niet stil kunnen houden van je benen kan verschillende oorzaken hebben.

    1. Je klemt je met je bovenbenen vast aan je zadel waardoor je onderbenen juist extra bewegen. Door op één punt je benen helemaal klem te zetten, zal je op een ander punt juist meer gaan bewegen. Ruiters met flapperende onderbenen hebben vaak de neiging dit te compenseren door te klemmen met hun knieën en bovenbenen. Het vastzetten van je bovenbenen heeft nóg een nadeel, je duwt jezelf namelijk uit je zadel omhoog. Hierdoor zal je nooit onafhankelijk kunnen zitten.
    2. Je mist core stability, ofwel vormspanning of rompstabiliteit. Een andere oorzaak voor wiebelbenen is het juist ontbreken van enige ‘vastigheid’. Heb je het gevoel dat je in je hele lijf balans en evenwicht mist, doordat je altijd zo mee-schud met je paard. Je zal hier het meeste last van hebben tijdens het doorzitten in draf en in de galop. Vormspanning is het aanspannen van je spieren om in balans te kunnen blijven zitten. Aanspannen is duidelijk iets anders dan gespannen of spanning.
    3. Je drijft bewust of onbewust elke pas die je paard zet. Sommige ruiters hebben zichzelf aangeleerd om elke pas te drijven. Ondanks dat hun paard er geen pas harder van gaat lopen, toch blijven ze dit stug doen. Vaak duwen deze ruiters met hun billen een zetje extra mee, waardoor hun paard zich nog ongemakkelijker zal voelen.

    Als je het moeilijk vind om je benen stil te houden, heb je jezelf vast kunnen inschalen bij één van bovenstaande type oorzaken. Nu de oplossingen!

    Hoor je tot type 1 en zet je je bovenbenen klemvast? De oplossing is net zo simpel als het lijkt. Door (met name de binnenkant van je bovenbenen) te ontspannen en los te laten bungelen zal je gaan méé bewegen met je paard. Hierdoor komt je bovenbeen mooi mee en ‘op gevoel’. Je onderbeen zal automatisch een stuk rustiger blijven liggen op de plek. Let op, dit vergt oefening en consequentie! Je bent snel geneigd om naar je oude vertrouwde foute houding terug te vallen. Er zijn verschillende oefeningen die je enorm goed helpen om dit te leren, deskundige hulp is hierbij een must!

    Ging er een lichtje branden bij type 2? Je mist vormspanning en stabiliteit. Het is moeilijk om te bepalen hoeveel of hoe weinig je je spieren moet aanspannen. En elke spiergroep heeft een eigen functie, dus niet alles moet op dezelfde spierspanning staan. Om je alvast op weg te helpen heb ik de volgende oefening voor je. Doe alsof je buik en je rugspieren een elastiekje zijn. Het elastiek loopt over je schouders langs je rug, onder je billen door en via je buik weer naar boven richting je schouders. Een elastiek zal altijd op alle kanten evenveel druk of buiging geven. Span je buikspieren en je rugspieren dus precies zoveel aan dat je in evenwicht blijft. Je mag niet hangen in je rug (bolle rug) of te strak worden in je rug (holle rug). Evenwicht of balans is gelijkzijdigheid. Door controle te houden over je romp zullen je benen ook stiller op de plek blijven liggen.

    Het laatste type is type 3, de ruiters met de altijd drijvende benen. De oplossing is hier met name het afleren van het geven van overbodige en overmatige been hulpen. Ruiters die dit doen rijden vaak een paard die wat flegmatiek is (geworden!). Een paard wordt niet sloom of traag geboren, hij wordt afgestompt door een ruiter die een enorme hoeveelheid aan hulpen doorgeeft aan zijn paard. Pas als je de hulpen kan terugbrengen tot het minimale zal je paard gaan reageren op deze uitsluitend effectieve hulpen. Denk tijdens het rijden aan het volgende: als ik nu drie keer mijn been aanleg, gaat mijn paard dan daadwerkelijk drie keer harder stappen? Wees eens eerlijk… Niet hè! Stop met overbodige hulpen en laat je been gewoon hangen, elke pas je knie naar beneden laten zakken. Niet met je billen meeduwen, gewoon even afwachten. Geloof me, je paard is slim genoeg om te leren dat hij moet blijven lopen op het zelfde tempo tot jij een nieuwe hulp geeft. Ook hier, consequent zijn is één van de sleutels.

    Wil je dit leren? Doe dan mee met de houding en zit dagtraining ‘Vormspanning en stabiliteit’.