• Hoe om te gaan met wedstrijdspanning

    Je hebt je op en top voorbereid op deze wedstrijd. Je hebt je proef tientallen keren gereden thuis. Je paard ziet er piekfijn uit, en was de hele week in vorm.

     Je hebt er zin in, deze keer gaat het lukken! Ruim op tijd kom je aan op het wedstrijd terrein, en meld je aan. Je ziet andere ruiters lopen die je nog kent van eerdere wedstrijden. Je had ze al op de startlijst zien staan, balen, daar win je natuurlijk nooit van.

     Terwijl je je paard zadelt merk je dat hij nogal onder de indruk is van het terrein, de accommodatie, en het ongeduldige paard in de trailer naast je. Je was er al bang voor, je had beter een kleinere wedstrijd kunnen uitzoeken.

     Toch stap je vol goede moed op je net gepoetste zadel. Gelukkig is je rijbroek nog helemaal wit, en ben je je proevenboekje niet vergeten.

     Tijdens het losrijden merk je dat je licht gespannen bent, maar het is tenslotte een wedstrijd, en lichte spanning is normaal. Als je om je heen kijkt zie je allerlei prachtige paarden, met imponerende bewegingen door de losrijbaan heen dansen. ‘Daar win ik natuurlijk nooit van’ denk je bij jezelf.

    Je baalt, de flow die je thuis had, is in geen velden of wegen te bekennen. Het achterwaarts gaat scheef en je paard is niet bij de les. Nog maar eens. Weer scheef. Dan het uitstrekken maar een keer oefenen. Je bent niet tevreden en duwt je been nog eens aan, je paard springt aan in galop. Winnen is uitgesloten vandaag, hopen op een winstpunt in ieder geval.

     De ringmeester noemt je naam, je bent aan de beurt. Je voelt je hart ineens tekeer gaan. Je ademhaling is onrustig en je schouders zijn gespannen. Je kan jezelf nog enigszins tot de orde roepen op weg naar de ring.

     Het eerste rondje voel je de spanning van je paard direct, één verkeerde beweging en je weet dat hij zal schrikken. Vanuit je ooghoeken zie je de jury zijn hand opsteken, en je lezer begint.

     Je probeert je te concentreren, maar naast de lezer, hoor en zie je van alles om je heen gebeuren. Allemaal dingen waar je paard vast van zal  schrikken, denk je bij jezelf.

     Zodra je de A-C lijn oprijdt gebeurt precies waar je al wakker van hebt gelegen vannacht. Je ‘stopt’ met rijden. Je voelt niet meer wat er gebeurt en je hoort je lezer niet meer.

     Dit is een scenario waar heel veel ruiters last van hebben, je bent dus niet de enige die last heeft van wedstrijdspanning. Want dat is het, stress, spanning en onrust door de druk die je jezelf (meestal) hebt opgelegd.

     De wil om te presteren, te winnen, om die winstpunt te halen, of om dit keer wél een goede proef neer te zetten, is zo groot dat je juist slechter gaat presteren in plaats van beter.

     Zelfs op het allerhoogste niveau hebben ruiters hier last van. Ja echt, zelfs de ruiters waar je op het voorterrein nog zo tegenop keek, kunnen hier last van hebben!

     Soms voelt het alsof niet jij, maar je paard last heeft van wedstrijdspanning. Doordat een paard op briljante wijze jou als ruiter ‘spiegelt’ laat hij zien dat niet hij, maar jij over-gespannen bent. Je paard neemt dit gedrag slechts over. En inderdaad, dan ziet hij overal spoken, en schrikt hij van het minste en geringste.

     Er zijn een aantal factoren die ervoor zorgen dat je de wedstrijdspanning onder controle kunt houden.

  • Voorbereiding in de training

    Hoe handiger je zelf bent in het trainen van je paard, en het oplossen van moeilijkheden, hoe beter je tijdens een proef kan presteren. Je zal je ruitervaardigheden dus moeten blijven trainen. De meeste ruiters doen dit al, doordat ze les hebben van een instructeur. Ook veel verschillende paarden rijden, helpt je om je ruitergevoel te ontwikkelen, en dus handiger te worden.

  • Focussen

    Ruiters die last hebben van wedstrijdspanning letten niet alleen op zichzelf en hun teamgenoot. Ze letten vooral ook op alles wat buiten hun bereik ligt. Andere goede ruiters, toppaarden, indrukwekkende accommodatie, de jury en het publiek, krijgen allemaal aandacht van een ruiter met wedstrijdspanning. Focus je op je eigen team en laat alles waar je toch geen invloed op uit kunt oefenen buiten beschouwing. Makkelijk gezegd, moeilijk gedaan, ik weet het. Maar ik weet ook hoe goed je kan gaan presteren als je al het ‘andere’ weg kan laten.

  • Controle houden

    Een ruiter met wedstrijdspanning wil zo graag de controle houden over zichzelf en hun paard, dat ze de controle daardoor juist helemaal kwijt raken. Dit is het stuk wat ervoor zorgt dat je zodra je de proef inrijd ‘stopt’ met rijden en met (ruiter)gevoel. Let op je ademhaling, en hou deze rustig en zo laag mogelijk. Diep richting je buik in- en uit ademen. Door je op je ademhaling te richten blijf je los in je schouders en zet je je spieren niet vast en op slot. Hou de controle over jezelf en durf je paard ‘los’ te laten.

  • Wees reëel

    Is het doel wat je jezelf gesteld hebt wel te doen? Heb je niet te hoog ingezet? Stel je eens voor dat je inderdaad niet de punten rijdt waar je op hoopte. Wat dan? Zou je dan stoppen met paardrijden? Nee hè?! Wees dus reëel, en roep jezelf tot de orde. Uiteindelijk is een wedstrijd alleen een controle middel om te checken of je goed bezig bent in de scholing en training van jezelf en je paard. Niet meer en niet minder. Een wedstrijd is geen einddoel!

  • Systematisch trainen

    Goede korte- en lange termijn doelen stellen vergt oefening. Hier systematisch mee aan de slag gaan, is nog moeilijker. Veel ruiters beheersen dit niet en missen daardoor de stappen om een goede ruiter te worden en het beste uit hun paard te halen.

    Kortom, je bent niet de enige die last heeft van wedstrijdspanning. Je kunt hiermee om leren gaan door je te focussen, de controle over jezelf te houden, je goed voor te bereiden en reële doelen te stellen waar je op een systematische manier mee aan de slag gaat.

     Wil je dit leren? Hier lees je alles over het exclusieve trainingsarrangement ‘van ruiter naar topruiter’.