• Wat je moet doen als je paard ‘achter de teugel’ loopt?

    Om tot een goede oplossing te komen wanneer je paard achter de teugel loopt, is het belangrijk om eerst zeker te weten dat dit het probleem is.

    Loopt je paard achter de teugel of achter de loodlijn?

    Wat is het verschil tussen achter de teugel en achter de loodlijn?

  • Om daar achter te komen moet je eerst weten wat het beeld is van een paard die op de loodlijn loopt.

  • Dit is wanneer de denkbeeldige lijn over zijn voorhoofd en neus loodrecht en verticaal is. Daarbij hoort het contact van de mond van het paard naar de hand van de ruiter licht en verend te zijn. Het lopen van je paard op de loodlijn wordt soms gezien als het doel wanneer we het over aanleuning hebben. Zelf vind ik dat niet zo interessant. Ik heb inmiddels veel te veel paarden gezien die wél op de loodlijn lopen, maar níet in aanleuning zijn of nageven. (Daar een andere keer meer over.)

  • Achter de loodlijn loopt een paard die precies zo’n contact heeft met zijn mond naar de hand van de ruiter als een paard die op de loodlijn loopt. Ook hier hoort de verbinding van mond naar hand licht en verend te zijn. Het enige verschil hierbij is, dat de ruiter het paard zo heeft ingesteld, dat de neus van het paard iets meer richting borst en hals van het paard wordt gedragen.

  • Wanneer je paard achter de teugel loopt is het een heel ander verhaal. De verbinding tussen de mond van je paard en je hand is nu niet meer licht en verend. Er is helemaal geen contact meer. Je paard krult zijn hals op en onttrekt zich aan de verbinding naar je hand.

  • Hoe weet je of je paard achter de teugel of achter de loodlijn loopt?

    1) Een paard die achter de teugel loopt krult zijn hals op en onttrekt zich aan de verbinding die je maakt met je hand én je been. Een paard die achter de teugel loopt kan bijvoorbeeld moeilijk halsstrekken. Er is namelijk geen sprake van een fijne verbinding, dus zal je paard jouw hand ook niet kunnen meenemen richting het halsstrekken.

    2) Een ander kenmerk van een paard die achter de teugel loopt is een paard die zich opdrukt in de overgangen. Met name in de overgangen van stap naar draf of van draf naar galop zie je dat je paard de (geringe) verbinding verbreekt en dan zijn hals opdrukt naar boven. Overigens zijn er ook andere problemen in de aanleuning waardoor een paard zich opdrukt, bijvoorbeeld wanneer een paard onvoldoende nageeflijk is in nek- en kaakgewricht.

    3) Wat heel erg duidelijk aanwezig is, maar niet altijd direct gelinkt wordt aan elkaar; een paard die achter de teugel loopt is ook altijd achter het been. Daar bedoel ik mee dat je paard zich niet fijn van achter naar voor laat rijden. Verwar dit niet met het hard of niet hard lopen in tempo, want dat heeft er niets mee te maken. Je paard onttrekt zich dus niet alleen in de verbinding naar je hand, maar vooral ook in de verbinding vanuit je been.

    4) Een paard die achter de teugel loopt heeft vaak een deuk vlak voor de schoft en een knik voor in de hals. Er is dus geen fijne aanleuning waarbij een paard zich vanuit de schoft (en rug) op lengte brengt, maar hij knikt in zonder rug en schoftgebruik.

  • Hoe los je het achter de teugel lopen van je paard dan op?

    De allerbeste oplossing om je paard weer fijn in aanleuning te krijgen, is met je been weer naar de hand toe rijden. De achterhand activeren om de verbinding aan de voorhand te herstellen.

  • Wat is een goede oefening om je paard van achter naar voor te rijden en de verbinding te herstellen?

    Bij heel veel paarden die achter de teugel lopen zie ik dat er te weinig vanuit been gereden wordt en te veel met de teugel. Je hoeft zeker niet je beenhulpen te vergroten of te vermeerderen, je moet er ‘alleen’ voor zorgen dat je paard zich fijn naar voor laat rijden vanuit je kuit. Dus in galop bijvoorbeeld meer ‘grond pakken’, de galop iets verruimen. Niet door je paard onder je uit te laten lopen, maar om hem gericht naar voor te rijden vanuit je been. (lees deze laatste zin nog eens, want hier zich echt een heel groot verschil; niet onder je uit laten lopen, maar naar voren rijden!)

    Overgangen en tempowisselingen rijden om je paard echt aan je been te krijgen. Wees heel precies in de overgangen zelf. Het doel is dus niet om een andere gang te rijden, maar om een correcte overgang te rijden met voldoende activiteit vanuit het achterbeen wat je voelt terugvloeien in een fijne verbinding naar je hand.

    Kortom; Het achter de teugel lopen van je paard is een probleem wat zich ‘uit’ aan de voorkant van je paard, maar wat opgelost moet worden vanuit de achterhand. Het activeren van het achterbeen en echt van achter naar voor rijden is hierbij de oplossing.

    Deel de inspiratie via social media en mijn blog via onderstaande links!

    ©Hester Bransen, Ruitergevoel 2016

    Dit artikel mag je gebruiken voor tijdschriften en websites...

    ....en het kost niets! Het enige dat ik je vraag is om de volgende tekst toe te voegen aan het artikel (met een werkende link naar mijn website): "Door Hester Bransen van Ruitergevoel. Meer ruitergevoeltips zijn te vinden in het E-book ‘De vier elementen van een correcte houding en zit', dat je gratis kan aanvragen op www.ruitergevoel.com"

  • 2 comments

    Duidelijke uitleg! En niet alleen het probleem uitleggen maar ook een 'oplossing' aan dragen. Daar heb ik wat aan.

    Reply

    Fijne uitleg! Ik heb en paard wat inderdaad graag lekker lui is in de achterhand en van voor onder alles probeert uit te komen. Nageeflijk en op de loodlijn rijden is een hele kunst, maar het gaat steeds beter! Deze oefeningen zullen zeker helpen

    Reply